Werkstuk Autisme
opgestuurd door Silvia Vuist
Inleiding
Is er iets zieligers dan een kind die zijn moeder nooit aankijkt, helemaal geen communicatie met ouders en familie. Het kind groeit op zonder communicatie. dat gebeurt een autistisch kind ...
Autisme betekend letterlijk eenzelvigheid dus communicatiestoornis. De uitdrukking `autisme` of `vroegkinderlijk autisme` is de aanduiding voor een ernstige stoornis van de communicatie, die zich al vroeg in de kinderlijke ontwikkeling voordoet en die niet te wijten is aan een zintuigelijke stoornis of aan levensonstandigheden. Oorspronkelijk is vaak gedacht dat autistische kinderen niet in staat zouden zijn tot gevoelscontact, ze zouden niet aanspreekbaar zijn voor affectieve warmte. Dit werd dan geweten aan het ontbreken van warmte bij de opvoeders; met name de moeder zou er niet in slagen bij het kind sociale warmte op te wekken. Op grond van onderzoek is deze opvatting langzamerhand verlaten. Tegenwoordig wordt vrijwel algemeen aangenomen dat vroegkinderlijk autisme een cognitieve stoornis is. Het autistische kind is niet in staat de signalen vanuit de buitenwereld te begrijpen en te ordenen. Het gevolg daarvan is dat het onzeker wordt en geen vat krijgt op de buitenwereld , die hem beangstigt. Dat betreft vooral de mensen, die onbegrijpelijke, onverwachte dingen doen en zich aan hem opdringen. Een klein autistisch kind is niet gevoelsarm, maar zijn gevoelens zijn wel overheersend negatief.
Kenmerken
Het meest opvallende kenmerk van autisme is het ontbreken van contact, de vreemde reacties op andere mensen ,Bij velen bestaat de gedachte dat autistische kinderen in het algemeen geen contact willen. Dat is zeker niet altijd het geval. Ze willen dikwijls wel communiceren, maar weten er geen raad mee. De kinderen lijken wel afgeschrikt te worden door de toenadering van mensen en de onvoorspelbaarheid van hun gedrag. Ze begrijpen de bedoeling niet van wat de mensen doen of zeggen; lichaamstaal, gebaren of mimiek begrijpen zij evenmin. Zij zijn uiterst onzeker in sociale situaties. Wij op onze beurt begrijpen hun manier niet om ons iets duidelijk te maken. Door te observeren moeten wij leren wat zij ons te `zeggen` hebben , ook al is het een andere manier dan voor ons normaal is. Autistische kinderen vertonen weinig expressiviteit in hun gelaatsuitdrukkingen. Een uitzondering vormen uitersten van heftige emotie: boosheid, maar soms ook plezier. In de ontmoeting laten zij meestal niet blijken dat zij iemand herkennen. Voooral uitingen van gedeeld plezier zijn nauwelijks aanwezig. Veel jonge autischtische kinderen lijken in hun gedrag geen onderscheid te maken tussen personen die in hun dagelijkse omgeving leven, zelfs niet de ouders, en andere mensen. Soms komt dit onderscheid pas veel later tot stand. Ook het hechtingsgedrag verloopt anders.
Enerzijds ontbreekt rond negen maanden de scheidingsangst, die in deze periode zo opvallend begint bij de meeste normale babies. Het is opmerkelijk dat veel autischische peuters ,ook in een vreemde omgeving, in het geheel niet letten op gaan of komen van hun ouders. Dat geldt overigens niet voor allemaal. Bij de eerste kennismaking valt gewoonlijk op, dat zij de ander niet aan kijken; er is meestal geen of slechts vluchtig oogcontact. Bij het kijken naar de ander laat het kind geen enkele emotie zien , het lijkt door de ander heen te kijken. Ook op toenadering wordt niet of nauwelijks gereageerd. Autistische kinderen zullen ook bijna nooit initiatief nemen tot contact of het moet zijn om bepaalde wensen of behoeften te kunnen bevredigen. Maar ook dat gebeurt dan op een eigenaardige manier: zij nemen de ander bij de hand en brengen deze naar de plek waar iets gegeven of voor hun gedaan wordt.
Verschillende vormen
Er is een duidelijk onderscheid te maken tussen autistische kinderen die duidelijk contact vermijden en anderen, waarvoor mensen eenvoudig niet lijken te bestaan. Veel kinderen sluiten zich af voor de omgeving, ze leven in hun eigen wereldje. Op toenadering reageren ze niet dan gaan ze b.v. liggen of gapen. Sommige kinderen, de hyperactieve, reageren heel vluchtig op alles. Ze vliegen van het een naar het ander, ook in het contact. Even heeft men contact, maar het is ook zo weer weg. Dit soort schijnbare contact zie je ook wel bij kinderen, die juist bij iedereen zonder onderscheid op schoot klimmen en zich vast klampen. bij hun is ook geen echt contact maar zijn alleen gericht op een ketting, een bril. Onvolledig contact is er ook bij kinderen, die wel graag lichamelijk willen stoeien, zonder echt contact te maken. Deze willen ook wel met knuffelen getroost worden als ze pijn hebben. Maar anderen gaan bij pogingen daartoe nog harder gillen.
Omgang met andere kinderen
Andere kinderen worden soms evenmin opgemerkt als grote mensen, het autistische kind doet gewoon waar die zin aan heeft. voor sommigen zijn andere kinderen juist bedreigend, zij weten niet hoe een ander kind zal reageren , wat het zal doen en wat er van hen zelf verwacht wordt. Dat geldt vooral voor de jongeren. Veel autistische kinderen hebben geen idee van wederkerigheid, zij kunnen niet op hun beurt wachten. Deze verschijnselen zie je ook wel bij normale jonge kinderen. Maar bij autistische kinderen zijn de reacties heviger en blijven ze veel langer bestaan. Zij zullen speelgoed gaan afpakken zonder de gevolgen daarvan te overzien. Zij zijn alleen gericht op een bepaald stuk speelgoed en horen en zien niets anders meer. Ongestructureerde situaties zoals een speeltuin of speellokaal zijn ook vaak te onoverzichtellijk voor het autistische kind. Zij gaan ongericht hun gang en letten helemaal niet op andere kinderen. Ze klimmen en rennen de andere kinderen zomaar voorbij zonder dat ze het zelf door hebben. Ze `zien` de ander niet. Agressiviteit is iets dat bij alle kleuters voorkomt vooral op een bepaalde leeftijd en periode,maar bij autistische kinderen duurt die agressiviteit jaren. Zij zullen een ander kind slaan , omduwen of knijpen . soms is dat hun mannier van contact zoeken met het andere kind, sommige autistische kinderen hebben de grootste lol als ze een ander hebben bezeerd, ze schijnen het leuk te vinden.Ze lijken uit te zijn op emotionele reactie die zij eigenlijk niet kennen en begrijpen, maar die voor hun grappig is.
Achterstand
Net als zwakzinnige kinderen of kinderen die anderszinds gehandicapt zijn , hebben autistische kinderen in de eerste jaren altijd een achterstand in de ontwikkeling(retardatie). Ook bij in aanleg normale kinderen kan er een achterstand in de ontwikkeling ontstaan Deze is dan veroorzaakt door externe omstandigheden, zoals veelvuldige ziekenhuisopnamen. In het laatste geval kan de achterstand met goede behandelingen geheel of gedeeltelijk worden ingehaald. Wanneer dergelijke verklarende omstandigheden niet aantoonbaar zijn , is er vermoedelijk een mentale achterstand. Maar de autistische stoornis houdt niet alleen achterstand in op bepaalde gebieden, maar ook eigenaardingheden, iets ongewoons in de ontwikkeling. Een van de typische kenmerken bij auttistische kinderen is dan ook het niveauverschil tussen de capaciteiten. Een achterstand in de ontwikkeling hoeft niet altijd blijvend te zijn , in 75% van de gevallen is dat bij autisme wel het geval.
Onderzoek
In de periode van onderzoek moet autisme worden onderscheiden van stoornissen die er op lijken. Deze diagnose vereist een samenwerking van verschillende mensen in een team, die het onderzoek leiden, en eventueel tot nog een onderzoek besluiten , en de diagnose stellen. Daarnaast is ook samenwerking met de ouders aan het onderzoek, speciaal bij een vermoeden van een communicatiestoorenis, zeer belangrijk. Bijna altijd is zelfs de aanwezigheid van de ouders bij het onderzoek gewenst, of is het beter de eerste observatie in het eigen huishoudelijk millieu te doen. Juist door de communicatiestoornis is het voor de onderzoeker moeilijk om zich een beeld van het kind te vormen. In veel gevallen raken deze kinderen bovendien in paniek. De ouders zijn nodig om het kind gerust te stellen en te vertellen wat het kind graag doet en waardoor het wellicht meer op zijn gemak te stellen is. De vaststelling van het autisme gebeurt door geleidelijke uitschakeling van andere verklaringen voor de gestoorde ontwikkeling. Daarbij komen vooral drie groepen van afwijkingen aan de orde, waarvan autisme moet worden onderscheiden:
Zintuigelijke stoornissen
taal en andere leerstoornissen
zwakbegaafdheid
Opvoeding als basis van behandeling
Een autistisch kind kan leren en zich levenslang ontwikkelen. Maar aan zichzelf overgelaten doet het dat op een heel beperkte manier, als het ware met oogkleppen op. Het neemt minder op van zijn omgeving, hij ontwikkelt zich onvoldoende. De invloed van de medemensen dringt nauwelijks tot hem door. Een autistich kind mist dat gemakkelijke `vervoermiddel` van menselijk inzicht, de taal. Wat hem wordt meegedeeld, ontgaat hem. Hij heeft moeite met de herkenning van tekens en symbolen. Een autistisch kind heeft speciale hulp nodig, mensen die hem tegemoet komen, die hem helpen e kind geleidelijk moeten helpen zich te ontwikkelen. Uit de ervaring is gebleken dat autistichse kinderen vooral moeten leren in de eigen leefomstandigheden. In het allerdaagse leven moeten zij worden geholpen en tegemoet gekomen. Dat vraagt veel tijd en geduld, maar daar staat tegenover dat men er steeds mee door kan gaan. Juist bij deze kinderen blijft begeleiding van nut tot ver in de volwassenheid. Autisme is een ongewoon en gecompliceerd verschijnsel. Daarom is voor de opvoeding van een autistisch kind inzicht nodig in de ...
|
|
|
|
|
|
|
|
|