Title: IVOREN WACHTERS

Author:VESTDIJK SIMON
Subject:OTHER LITERATURES
Source:
Download book:
Words Statistics:words statistics
 

Number of words for page:
Ivoren wachters


Boekbeschrijving:
Auteur: Simon Vestdijk
Titel: Ivoren wachters
Druk: 17
Uitgever: De Bezige Bij
Plaats: Amsterdam
Jaar: 1984
Jaar van eerste druk: 1951
Aantal pagina''s: 240
Indeling: Het boek is verdeeld in 25 hoofdstukken die door Romeinse cijfers genummerd zijn. De hoofdstukken I - V vormen een proloog; ze beschrijven de dag vóór de eerste schooldag, waarin we kennis maken met het hoofdpersonage, Philip Corvage, en zijn omgeving. De hoofdstukken VI - XII beschrijven de opbouw van de verwikkelingen, waarin Philip en zijn leraar, Schotel de Bie, die eerste schooldag, maandag, verstrikt raken. XIII - XVIII bevatten de confrontatie, eindigend met het fysieke geweld van Philip in het conflict met Selhorst. XIX - XXIII beschrijven de afwikkeling van dit conflict, en worden besloten met de moord op Philip. XXIV en XXV vormen de epiloog, waarin de neergang van Schotel de Bie en de ontknoping beschreven worden.
Hierna volgen drie pagina''s met vertalingen van het in het boek gebruikte Latijnse citaten.


Inhoud:
(blz. 5-38) Op een zonnige septembermorgen koopt Philip Corvage, leerling van VI A van de Gymnasiumafdeling van het stedelijk Lyceum, in een groentewinkel okkernoten - door hem ''hersenvoedsel'' genoemd - en twee repen. Hij heeft te weinig geld bij zich en als hij zich er met smoesjes niet uit kan redden, zet hij het op een lopen. Op veilige afstand kraakt hij zoals gewoonlijk een noot tussen zijn tanden, met als gevolg dat er een aangevreten kies met de bast mee naar buiten komt. In het speeksel lag een klein, witachtig voorwerp, aan éenkant zwart aangevreten. Hij ontmoet twee schoolvrienden en een klasgenote, Elly Temminck. Ze zijn benieuwd naar het nieuwe sonnet dat hij aan het schrijven is en dat hij morgen, als de nieuwe leraar Nederlands niet komt opdagen, voor hij wil lezen. Als hij vast een proeve van deze ''Rouwklacht om zijn gebit'' ten beste geeft, wordt hij door razende kiespijn overvallen. Elly neemt hem mee naar de dichtstbijzijnde tandarts, L.P. Brandt. Deze neemt het in de wachtkamer afgemaakte sonnet minzaam als betaling in ontvangst, na naam en adres van de voogd van Philip te hebben genoteerd. Hij vult de pijnlijke kies zonder verdoving.
Die avond eet de zus van oom Selhorst, Philips brommerige voogd, mee. Oom weigert te praten over die luiwammes, die altijd Latijnse citaten in het rond strooit en tot overmaat van ramp zijn gebit opzettelijk vernielt met noten en snoep. Vroeger was hij dol op die jongen, maar nu ziet hij slechts het gezicht van Philips vader in hem terug. Daar deze hem en zijn zus Hermien heeft opgelicht, ziet hij de laatste jaren alleen nog maar slechte karaktertrekken in zijn pupil. Vandaar zijn antipathie, die elke keer als hij naar de blonde, slanke en welgemanierde Philip kijkt, verhevigd wordt. Qua lichaam en geest staat de jongen duidelijk boven de plompe en kleinburgerlijke Selhorst-kant van zijn familie. Tijdens het eten schiet Selhorst weer uit zijn slof en stuurt Philip naar zijn kamertje. De in stilte op Philip verliefde, maar getrouwde dienstbode Nel brengt hem daar zijn avondeten. Daarna bekijkt Philip een foto van het lichtzinnige, ironisch kijkende gezicht van zijn vier jaar daarvoor gestorven vader. Zijn moeder stierf toen hij zeven was, waarna hij bij oom Selhorst in huis kwam.
(blz. 39-108) Het is maandagmorgen en de pas afgestuurde, briljante neerlandicus Frits Schotel de Bie wandelt met zijn verloofde, de bibliothecaresse Lida Feltkamp, naar het lyceum, waar vandaag zijn betrekking begint. Hij is een bijzonder met zichzelf ingenomen type en twijfelt er niet aan dat hij zijn eerste dag als leraar zonder problemen zal doorstaan. Lida is zeer geïnteresseerd in alles wat met de school te maken heeft. Frits stuurt haar echter weg voordat ze een glimp van rector Hovenius heeft kunnen opvangen. Zijn welkomstgesprek met de rector vindt Frits achteraf zonde van zijn tijd. In de lerarenkamer wordt hij op de hak genomen. De leraressen Lenstra en Van Leeuwen houden een schier onbegrijpelijk dialoog en de zeer intelligente leraar Fernaud doet expres zo vulgair mogelijk. Hij is een van de schranderste mensenn die ''k ken, maar hij houdt zich graag dom, of van de domme; en hij doet graag vulgair om de anderenn in de waan te brengenn, dat hij dat is. Hij heeft er een heel systeem van gemaakt, van dat soort dingenn.'' Ondanks zijn irritatie hierover verloopt Frits'' eerste les in klas VI A uitstekend. Schotel de Bie neemt zijn leerlingen serieus en hij maakt een ontspannen indruk. Totdat vlak voor het einde van de les zijn blik valt op de honende grijns van een jongen met een werkelijk totaal verrot gebit. Dit irriteert hem buitengewoon en hij valt uit tegen de jongen, met het bevel zijn ''afgebrande kerkhof'' een beetje voor zich te houden. Omdat hij vermoedt dat hij iets te ver is gegaan, bespreekt Frits het geval in de pauze met zijn vriend en collega Karsten en later met de rector. Hij verneemt dat hij het tegen een intelligente, gevoelige en zelfs dichtende jongeman heeft gehad, maar dat hij er verder maar geen aandacht aan moet schenken.
De leerlingen, onder aanvoering van Elly, vinden de uitval echter belachelijk en halen Philip over om excuses te vragen aan Schotel de Bie. Philip voelt zich weliswaar niet in het minst beledigd, hoogstens door het cliché van de uitspraak, maar hij vindt al die stampei om zijn gebit wel amusant. Na schooltijd pocht Frits tegen Lida over zijn successen, maar Karsten die erbij is, vertelt ook iets over de botsing met de ''dichter''. Dit brengt Frits weer uit zijn humeur. Lida vat dit op als gebrek aan gevoel voor humor.
(blz. 109-161) Die avond is oom Selhorst opvallend mild gestemd. Hij heeft Philips chaotische kamer op orde laten brengen en als zijn kerstrapport voldoende is, zullen ze maar weer eens iets aan zijn gebit doen. Voorwendend dat hij even naar een leraar moet om uitleg over een les te vragen, gaat Philip de deur uit. Hij belt aan waar hij Schotel de Bie die middag heeft zien binnengaan. Het blijkt het huis van Lida te zijn. Ze staat op het punt haar verloofde te gaan helpen met het inrichten van zijn nieuwe kamer. Terwijl ze samen oplopen, krijgt Lida het verhaal over ''de belediging'' te horen. Ze vindt het ongehoord en probeert Frits ertoe te bewegen met de jongen te praten. Haar verloofde vindt het zeer vervelend dat zij zich in de zaak heeft gemengd en weigert Philip te ontvangen. Lida kiest prompt partij voor Philip en ze wandelen weer terug. Philip vindt het prachtig dat die twee ruzie hebben gehad en laat blijken dat hij maar komedie heeft gespeeld en niet eens beledigd kán worden door zo''n zouteloos cliché. Ik had me voorgenomen om je verloofde wat over m''n gebit te laten zeggen, nu weet je ''t helemaal. Ik heb onder de les met opzet m''n mond opengehouden, Wim Perelaar en nog ''n paar wisten ''t van tevoren. Afgebrand kerkhof was hoogstens een beetje onverwacht, omdat ik ''n leraar in ''t Nederlands tot minder afgesleten... sorry. Lida voelt zich beetgenomen, maar toch verloopt de rest van het gesprek plezierig. Haar interesse voor het schoolleven blijkt voort te komen uit een voortijdig afgebroken HBS-opleiding. Ze vindt zich te oud om er nu nog aan te beginnen. Philip legt uit waarom bijna niets hem kan kwetsen, zelfs niet de plotselinge ommekeer in de houding van zijn voogd, door wie Philip toen hij klein was werd aanbeden, maar nu als oud vuil wordt behandeld. Beledigingen en pesterijen vallen in het niet bij het feit dat Selhorst zijn - inderdaad niet bonafide - vader in driftaanvallen zwart maakt, en hem verwijt dat hij precies op zijn vader lijkt. Lida betoogt dat hij zich niet meer moet laten welgevallen, ook niet als oom er opnieuw een beroerte van zou krijgen. Want dat is Philips grote angst, hij voelt ondanks alles geen haat tegen de oude man en zou hem niet graag missen. Ze laat hem beloven dat hij het niet meer zal nemen, nadat ze hem een lange kus op de mond heeft gegeven. Daar hij uit schaamte voor zijn ''dentische puinhopen'' nooit gezoend heeft is hij behoorlijk ondersteboven.
(blz. 162-172) Hoofdstuk XVIII begint met Philips onheilspellende ontmoeting met een gebochelde man. Verward en nog wat overmoedig van de kus komt hij thuis. Nel vertelt dat Selhorst hem ogenblikkelijk wil spreken. Deze blijkt een brief te hebben ontvangen van de tandarts, waarin het verhaal van het sonnet uit de doeken wordt gedaan. Selhorst blaast zich haast op van woede en een redeloze scheldpartij breekt los. De litanie van ''Je vader was een oplichter'' bezorgt Philip een aanval van blinde drift en hij doet een poging Selhorst te wurgen. Nel komt de kamer binnen vanwege het lawaai en stelt Philip gerust: hij heeft de oude man die wat vreemd op de grond ligt niet vermoord. Ze stuurt hem naar de dokter en naar zijn tante en drukt hem op het hart niets over zijn aandeel in het ongeval te zeggen: Selhorst heeft gewoon weer een ...
Page: 1
 

Help

  • Select one or more words and get availables translations in Logos Dictionary.
  • Set the number of words for each page and refresh the content.
  • Go to the beginning of the document
  • Go to previous page
  • Go to next page
  • Go to the end of document
  • Libri.it

    Libri.it LA FAMIGLIA VOLPITASSI RACCONTA – LE EMOZIONIAMORE E PSICHECOSA FANNO LE BAMBINE?LA FAMIGLIA VOLPITASSI 3 – CHE SQUADRA!
  • Illustrati

    Sfoglia riviste di Illustrati