CHARLES PERRAULT
Assepoester
Er was eens een rijke man, wiens vrouw heel ziek werd. Toen zij haar einde voelde naderen, riep zij haar enige dochtertje bij haar bed en zei: "Lief kind, wees altijd vroom en goed." Daarop sloot zij de ogen en stierf.
Toen het winter werd, legde de sneeuw een wit kleedje over het graf en toen de zon zich in het voorjaar weer liet zien, trouwde de man met een andere vrouw. De nieuwe echtgenote had twee dochters van zichzelf, die mooi van uiterlijk maar boos van hart waren. Er brak een moeilijke tijd voor het stiefkind aan. "Ja, zeg, we zullen dat domme gansje bij ons aan tafel laten zitten!" zeiden de zusters. "Wie brood wil eten, zal dat moeten verdienen ; de kamer uit met die keukenmeid!" Ze namen de mooie kleren van het kind af en lieten haar in lompen lopen. Als ze 's avonds doodmoe was van het werken, mocht ze niet in een bed liggen, maar moest zij tevreden zijn met een plekje op de grond. En omdat zij daardoor er altijd smerig en vies uitzag, noemden ze haar Assepoester. Op een keer zou de vader een verre buitenlandse reis maken en hij vroeg de twee stiefdochters wat hij voor hen mee moest brengen. "Mooie kleren," zei de ene. "Parels en edelstenen," zei de tweede. "Maar jij, Assepoester," zei hij, "wat wil jij hebben?" - "De eerste twijg die op uw terugweg tegen uw hoed stoot. Breekt u die maar voor mij af!"
Dus kocht hij voor de twee stiefdochters wat zij hem hadden gevraagd en aan Assepoester gaf hij een twijgje van een hazelaar. Het meisje bedankte hem, ging naar het graf van haar moeder en plantte daar de twijg.Toen gebeurde het dat de koning een feest zou geven, dat drie dagen zou duren. Alle mooie jonkvrouwen uit het hele land kregen een uitnodiging, want de prins wilde zich een bruid zoeken.Toen de twee stiefzusters hoorden dat ook zij mochten komen, waren zij opgetogen en zij riepen Assepoester en zeiden: "Kam onze haren en poets onze schoenen, want wij zijn uitgenodigd op het kasteel van de koning." Assepoester gehoorzaamde, maar ze huilde stilletjes.Zij wilde ook zo graag naar het bal en daarom vroeg zij haar stiefmoeder of dat mocht. "Jij, Assepoester? Je zit onder het stof en kolengruis en jij zou naar het feest willen gaan! Je hebt geen jurk en geen schoenen en jij wilt dansen?" Maar toen het meisje niet ophield met smeken, zei ze uiteindelijk: "Ik heb een schotel linzen in de as laten vallen. Als je alle linzen binnen twee uur bij elkaar hebt geveegd zonder een stukje gruis, dan mag jij ook gaan!" Het meisje lief door de achterdeur naar de tuin en riep: "Duiven, mussen en alle vogeltjes onder de hemel, kom mij alsjeblieft helpen om de linzen in de schoaal te doen en het gruis in de asemmer!"En daar kwamen ze allemaal naar het keukenraam, wat een hele drukte en getjilp gaf. Ze daalden neer op de as en begonnen: pik, pik, pik, en ze zochten alle linzen er uit en deden die in de schotel. Er was nog geen uur verstreken, of ze waren als klaar en vlogen weer naar buiten. Toen bracht het meisje verheugd de schotel naar haar stiefmoeder, omdat ze dacht nu ook naar het kasteel te mogen gaan. Maar de vrouw zei: "Nee, Assepoester, je hebt geen kleren en je kan niet dansen, dus zal je alleen maar uitgelachen worden." Toen het meisje begon te huilen, zei ze: "Als je twee schotels linzen binnen een uur kan uitzoeken, mag je meegaan."Weer ging het meisje door de achterdeur naar de tuin en riep om de vogels die daar rondvlogen. Ze kwamen naar binnen fladderen en binnen een halfuur waren ze al klaar en vlogen weer naar buiten. Daarop bracht het meisje de twee schotels naar haar stiefmoeder. Ze was echt blij dat ze nu toch naar het bal kon gaan. Maar de slechte vrouw zei: "Het helpt je allemaal niets, want je hebt geen kleren en je kan niet dansen. Je zou ons maar belachelijk maken." Na dit gezegd te hebben, keerde zij het kind de rug toe en haastte zich met haar twee dochters naar het bal. Toen ze alleen thuis was achtergebleven, ging Assepoester naar het graf van haar moeder onder de hazelaar en riep uit: "Boompje, schud en waai met je takken en bedek mij met goud en zilver!"Toen wierp een parmantig vogeltje een gouden kleed over haar heen en een paar muiltjes die rijk bestikt waren met zijde en zilver. Het meisje trok de japon aan en begaf zich naar het kasteel. Haar zusters en de stiefmoeder herkenden haar niet en dachten dat zij een vreemde prinses was, zo mooi zag zij eruit. De koningszoon kwam haar echter tegemoet, nam haar hand en danste alleen maar met haar. Hij liet Assepoesters hand niet los en als een ander met het mooie meisje wilde dansen, zei hij: "Zij is van mij!"Assepoester bleef tot diep in de nacht doordansen voor zij naar huis wilde. De prins zei toen: "Ik ga mee en breng je tot de voordeur," want hij wilde wel eens zien waar dat mooie meisje vandaan kwam. Zij ontvluchtte hem echter en verborg zich in de duiventil. De prins wachtte tot de oude vader van het meisje in de tuin kwam, en zei tegen hem dat een vreemde prinses zich in de duiventil had verborgen. De oude man dacht: "Dat kan toch niet mijn Assepoester zijn," en haalde een bijl en sloeg de duiventil in elkaar. Maar er kwam niemand te voorschijn. En toen de man zijn huis binnenging, vond hij daar Assepoester in haar smerige kleren in de as voor de kachel, want zij was snel door het achterluik ui de duiventil gekropen, had bij het graf van haar moeder haar kleren uitgetrokken en die over de steen gelegd. De kleine vogel had die weer meegenomen en Assepoester was naar binnengeslopen.Toen de volgende dag het feest opnieuw begon en de ouders met de stiefzusters weer weg waren, ging Assepoester nogmaals naar de hazelaar en zei: "Boompje, schud en waai met je takken en bedek mij met goud en zilver!"Toen wierp de vogel een nog mooier kleed naar beneden dan dat van de vorige avond. En toen het meisje met die kleed weer op het feest verscheen, was iedereen verstomd over zoveel schoonheid. De prins had op Assepoester gewacht en danste die avond weer uitsluitend met haar. Als de anderen haar ten dans kwamen vragen, zei hij: "Zij is van mij!"Toen het middernacht sloeg, wilde het meisje weg. De koningszoon ging haar achterna om te kijken in welk huis zij verdween. Maar zij was hem weer te snel af en klom in een boom die in de tuin van haar vader stond. De koningszoon wachtte weer tot de oude man kwam en zei tegen hem: "Dat vreemde meisje is me weer ontvlucht zoals gisternacht en ik geloof dat zij in deze boom is geklommen."De vader dacht: "Zou het dan toch Assepoester zijn?"Hij haalde een bijl en hakte de boom om, maar er zat niemand in. En toen de man een blik in de keuken wierp, lag Assepoester weer voor de kachel, want ze was zachtjes uit de boom geklommen, had de kleren teruggegeven aan de vogel en haar oude lompen weer aangetrokken.Op de derde dag wachtte Assepoester weer tot iedereen weg was, eer ze naar het graf ging en zei: "Boompje, schud en waai met je takken en bedek mij met goud en zilver."Het kleed dat de vogel dit keer omlaag wierp, was het mooiste waar Assepoester ook maar van had kunnen dromen en de muiltjes waren helemaal van goud. Toen ze in deze japon de balzaal betrad, kon niemand van bewondering een woord uitbrengen. De koningszoon danste weer uitsluitend met haar en tegen diegenen die met haar wilden dansen, zie hij: "Zij is van mij!"Tegen middernacht wilde Assepoester weg. De prins wilde haar begeleiden, maar zij was hem weer te vlug af. De prins had echter een list bedacht. Hij had van te voren de hle trap met teer laten insmeren ; toen het meisje de treden afrende, bleef haar linkermuiltje vastkleven. De koningszoon raapte het op. het was klein en sierlijk en geheel van goud. De volgende morgen ging hij ermee naar de man en zei tegen hem: "Geen ander zal mijn vrouw worden danzij aan wiens voet dit muiltje past!" Dat verheugde de zusters, want ze hadden mooie, kleine voeten. De vader ging met de schoen het huis binnen en probeerde de schoen bij zijn stiefdochters, terwijl hun moeder erbij stond. De zuster met het kleinste voetje kon haar grote teen toch niet in het muiltje wringen. De moeder haalde een mes en zie: "Hak die teen af, als je eenmaal koningin bent, hoef je toch je voeten niet meer te gebruiken."Het meisje hakte de teen af, wrong haar voet ...
|
|
|
|
|
|
|
|
|