Zaïre
Yvan Raes
Het was juli en Zaventem baadde in een zuur verdiende zon. Op de luchthaven heerste een onvoorstelbare drukte: rustzoekers vertrokken voor een luiervakantie naar Spanje, Italië, Griekenland of een van de tropische paradijzen; avonturiers voor een ''crosscountry travel'' naar Sumatra of Sri Lanka, of voor een kampeersafari door Kenia; cultuurgenieters voor een cultuurreis naar Maleisië (Ayuthaya, ruïnes van de oude hoofdstad), India (Rajasthan-Ne-Pal), Egypte (een Nijlcruise) of een superluxe verblijf aan de Rode Zee. En dan waren er ook nog de vakantiegangers met bestemming Thailand, waar ze de bordelen van Bangkok en Bang Pa-In gingen bezoeken.
Aan de incheckbalie werd de bagage gewogen, reisbiljetten gecontroleerd, op tenen getrapt, gestompt en gedrongen. Luc Leemans kreeg een regelrechte por in zijn lever van een in madras gehulde macho, een mediterrane ''heer'' op leeftijd die zijn hoed had verloren en daardoor duidelijk minder ''grand seigneur'' was geworden. Vloekend en scheldend baande hij zich een weg door de menigte, waarbij zijn intolerante drukte andere reizigers aanstak. Het werd allemaal door het luchthavenpersoneel weggeglimlacht met professionele efficiëntie.
De meeste vluchten hadden vertraging opgelopen, en toen na drie uur wachten eindelijk de vlucht naar Kinshasa werd aangekondigd, begaf Leemans zich met gemengde gevoelens naar exit 42. Hij moest door een broeierige gang waar de airconditioning haar uitwerking had verloren, breed en lang, met een roltrap in het midden, en barstensvol wachtende reizigers. Maar de Boeing 707 was van alle comfort voorzien en de okergele, in vele standen verstelbare stoelen, verschaften de 360 passagiers bijna het gemak van een zacht bed.
Luc Leemans had een plaatsje aan het raam. Hij keek even naar buiten, dan naar de overkant van het gangpad, waar een modieus geklede Fransman had plaatsgenomen die die ochtend een iets te opdringerige aftershave had gebruikt. Monsieur besteedde opvallend ...
|
|
|
|
|
|
|
|
|